Geluidproductieplafonds geven weer hoeveel geluid het spoorverkeer mag maken op verschillende plekken langs het spoor. Wonen mag daar wel, maar hoe hoger het plafond, hoe hoger de geluideisen zijn waar nieuwe woningen naast het spoor aan moeten voldoen. Dan is het namelijk vaak verplicht om (soms dure) maatregelen te nemen die de geluidhinder voor bewoners beperken, zoals extra gevelisolatie (denk aan geluidsisolerend glas) en geluiddempende ventilatievoorzieningen.
Investeringen in stillere treinen en stiller spoor
Een groot deel van de huidige geluidproductieplafonds is gebaseerd op een situatie van inmiddels zo’n 20 jaar geleden. Maar er is de afgelopen decennia geïnvesteerd in het stiller maken van treinen en spoorconstructies. Het beleid op dit terrein is een succes: treinen en het spoor zelf zijn ook daadwerkelijk een stuk stiller geworden. Dat geldt zowel voor passagiers- als goederentreinen. Denk aan moderner materieel en stillere remsystemen met minder ‘ruwe’ wielen die daardoor minder geluid maken. Goederenvervoerders kregen korting op de gebruikersvergoeding als ze met stille remsystemen reden. En denk bij het spoor aan het vervangen van houten dwarsliggers door moderne betonnen dwarsliggers.
Daardoor zijn die plafonds op veel plekken inmiddels onnodig ruim geworden en kunnen ze naar beneden worden bijgesteld. En dat biedt dus meer ruimte voor woningbouw, zelfs als rekening wordt gehouden met meer en snellere treinen in de toekomst. Want als er meer huizen in de buurt van het spoor gebouwd worden, moeten er ook voor worden gezorgd dat ze goed met de trein bereikbaar zijn. Er is dus voor gezorgd dat er ruimte blijft om voldoende treinen te laten rijden, ook met lagere geluidplafonds.
Staatssecretaris Thierry Aartsen: “We willen de komende jaren veel nieuwe woningen bouwen. Dat moet vooral gaan gebeuren in steden met een spoorverbinding, zodat de nieuwe bewoners een aansluiting op het OV hebben. En in spoorzones is bovendien vaak ruimte om woningen te kunnen bouwen. Dit besluit is daarom een grote stap vooruit. Bouwen langs het spoor wordt op heel veel plekken gemakkelijker en goedkoper, dankzij alle inspanningen om treinen en het spoor stiller te maken.”
Bijna de helft wordt verlaagd
De meerderheid van de plafonds die worden verlaagd gaan met 1,5 dB tot 4 dB omlaag, maar er zijn ook locaties met een kleinere of grotere verlaging. In Nederland zijn er ongeveer 57.000 van die geluidproductieplafonds. Bijna de helft daarvan wordt verlaagd.
Het ontwerpbesluit is recent gepubliceerd in de Staatscourant en in diverse kranten. Welke geluidproductieplafonds worden verlaagd, en met hoeveel, is op deze kaart te zien.